Vooruit met sociaal wonen? Of dan toch niet?

Onvoorstelbaar te moeten vaststellen dat de budgetten voor de bouw van sociale woningen alweer niet opraken.


En maar orakelen over de ‘wachtlijsten’.


Aan de N-VA kan het deze keer niet liggen nu er een socialistisch minister bevoegd is.


Waaraan dan wel?


Het financieel systeem van sociaal wonen staat onder druk. Niet alleen in Kortrijk, ook in andere steden. Het huidige financieringsmodel voor sociale woonprojecten kraakt in zijn voegen.


Dat is de reden waarom de budgetten voor sociaal woningbouw niet opgeraken.


De sociale huurprijs vertrekt terecht vanuit draagkracht, niet vanuit de effectieve kost van de woning. Dat maakt wonen betaalbaar voor de duizenden gezinnen die dit nodig hebben.


Maar het betekent ook dat woonmaatschappijen structureel te weinig inkomsten hebben om stijgende bouwkosten, strengere normen en noodzakelijke investeringen bij te benen.


De FS3-leningen (-1%) houden het systeem niet overeind. Zodra er kosten naar boven komen die buiten het subsidiabele kader vallen, duiken we in marktconforme leningen die de financiële ruimte van woonmaatschappijen opeten. De Gewestelijke Sociale Correctie vangt een stuk op. Maar niet alles. En zeker niet de marktconforme leningen.


Gevolg? Een groeiende groep woonmaatschappijen die moet kiezen tussen twee dingen die eigenlijk onverenigbaar zijn:


- Financiële gezondheid

- Of een groeiend woningaanbod


We zien in Vlaanderen een duidelijke tendens binnen de woonmaatschappijen: patrimoniumverkoop als noodgedwongen medicijn om negatieve cashflow te compenseren. Maar met elke verkoop verarmt onze voorraad aan sociale woningen. Dat is toch tegenstrijdig.


Met de komst van de nieuwe FS4-leningen met –2% rente komt er mogelijks ademruimte voor nieuwe projecten. Maar wat met alle lopende projecten en de daarbij horende leningen?


Als we willen dat sociale woonmaatschappijen hun opdracht kunnen blijven vervullen, dan hebben we een duidelijk en eerlijk Vlaams financieel kader nodig. Sociale woonprojecten zijn maatschappelijk noodzakelijk, maar financieel slechts houdbaar binnen duidelijke en expliciete beleidskeuzes.


Vooruit haalde jarenlang hard uit naar N‑VA wanneer investeringsbudgetten niet opraakten. Maar nu de partij zelf aan zet is, raken de budgetten óók niet op.


En wat baten historisch hoge investeringsbudgetten als de woonmaatschappijen vooral rode cijfers zien opduiken?


Woorden zijn één zaak. Een systeem dat werkt, is nog iets anders.