Een stad vernieuwen is als een Vlaamse wielerklassieker rijden.

Het wielerseizoen is van start gegaan. De klassiekers komen eraan. De kuiten blinken van de wielerhelden. De helikopter hangt in de lucht.

Is er een parallel te trekken tussen twee oerfenomenen de ‘Vlaamse baksteen in de maag’ en de ‘Vlaamse wielerklassiekers’?

Beiden kennen in ieder geval een lastig parcours.


In Kortrijk haalden we met de start van Kuurne-Brussel-Kuurne alvast een echte voorjaarsklassieker in huis. Het bracht een wielergekke massa op de been.

Een mooie koers. Een wedstrijd over kasseistroken. Met de wind in de rug. Beuken tegen de wind in. Met vluchters en een jagend peloton. Met fanatieke supporters. In de koers zoek je het juiste wiel, het juiste moment om te springen.


Zo ook de stadsvernieuwing in Kortrijk. Deze koers rijden we al een hele tijd. Tempo verhogen wanneer de markt of het beleid meezit. Gas terugnemen wanneer de omgeving tegenwind geeft. Stadsvernieuwing draait om samenwerking tussen publieke diensten, bewoners en private investeerders. Dat lijkt sterk op een peloton waarin renners wisselend op kop rijden, elkaar uit de wind zetten of gaten dichten, met kopmannen en knechten. Maar het zijn allen doorzetters.


Een koers win je niet met wieltjeszuigers, maar met Flandriens. Je hebt coureurs nodig die de koers maken. Die onverzettelijk zijn, met gekromde rug, blijven duwen, ‘harken met je hol open’ dixit De Kneet, recht op de trappers, bergop of wanneer de tegenwind snijdt, met strijdlust, taaiheid en melkzuur in de benen hun weg banen.


Met één doel: de bloemen aan de eindmeet. De meiboom op de werf.


De laatste rechte lijn. Den arrivée

“Ja Fred, de benen waren goed.”


De koers is van ons.

De stad is van iedereen.